Liszt op het Koninklijk Conservatorium
Liszt op het Koninklijk Conservatorium te Den Haag - een verslag
Van 21 tot en met 25 november 2011 vond op het Koninklijk Conservatorium te Den Haag het festival ‘Love for Liszt’ plaats, georganiseerd op instigatie van en in samenwerking met de Franz Liszt Kring. Peter van Korlaar bezocht het concert door het Koninklijk Conservatorium Orkest op donderdagavond en de Liszt-marathon op vrijdagavond; u vindt zijn recensie hieronder. Het verslag van de andere concerten en het symposium is van de hand van Albert Brussee, die als Hagenaar en docent aan het KC bijna de hele week aanwezig was.
Het openingsconcert door Igor Roma
Op maandagavond 21 november opende Igor Roma het festival met de grote Sonate in b van Franz Liszt. Hoewel het diabolische eerste thema wat overhaast klonk, de daarop geënte fuga naar mijn mening te snel werd gespeeld en ik over het algemeen de indruk kreeg, dat de pianist stiltes schuwt – een zeer belangrijk element bij de interpretatie van dit meesterwerk! –, was de totaalindruk toch positief: een zeer briljante uitvoering, mooi van opbouw en met gevoel voor zowel grandeur als poëzie. Het gebeurt niet dikwijls dat een pianist na de uitvoering van dit magistrale meesterwerk het programma voor de pauze afsluit met drie sombere, verstilde werken uit Liszts laatste scheppingsperiode. Na het bekende Nuages gris sprak R.W. Venezia in zijn dramatiek sterk aan, waarna de tragiek van Am Grabe Richard Wagners ontroerde.
Na de pauze klonk het Supplement bij Années de Pèlerinage – Deuxième année: Italie. Die drie klavierstukken waren bij de Italiaanse pianist uiteraard in goede handen. De Gondoliera werd lichtvoetig gespeeld en mooi gezongen. In de Canzone trof me de opeens veel donkerdere kleur en de echt-Italiaanse pathos. De Tarantella, tenslotte, werd uiterst virtuoos gebracht. Na drie liedtranscripties, waaronder een fraaie Ave Maria (naar Schubert), werd het recital besloten met de Rhapsodie espagnol, een spectaculaire, briljante uitvoering met ongekende klankeffecten.
Drie lecture-recitals
Dinsdagavond gaf de bekende, in Australië geboren, maar al vele jaren in Nederland woonachtige pianist Geoffrey Madge een lecture-recital over ‘The pianistic heritage of Franz Liszt and its influence on Busoni and Sorabji’. Hij gaf een overzicht van de karakteristieken van Liszts spel (de hoge zithouding, de daaruit resulterende hoge pols- en knokkelstand, de vrijwel rechte vingers), waaruit de concertgever concludeerde dat bij Liszt de speelimpulsen uit de (boven-)arm kwamen, niet uit de vinger. Hij karakteriseerde diens pianistiek als ‘het spel van het grote gebaar’, dat niet in het legatospel van de vinger, maar in het portato van de arm zijn basis vond. Busoni nam dit alles over, vervolmaakte het en gaf het door aan zijn leerling Sorabji. Toen Madge vele jaren geleden toestemming kreeg deze teruggetrokken levende, hoogbejaarde pianist-componist in Londen te bezoeken, vond hij bij hem veel van de genoemde karakteristieken terug: dezelfde hoge pols- en knokkelstand, dezelfde rechte vingers. Madge illustreerde zijn interessante verhaal met de uitvoering van het derde Sonnetto del Petrarca van Liszt, het eerste deel uit Sorabji’s Opus Clavicembalisticum en de zelden gespeelde variaties over Chopins prelude in c-klein, opus 28 nr. 20, van Busoni, hetzelfde thema waarop ook Rachmaninov en Mompou een variatiewerk hebben geschreven.
Na hem was het de beurt aan Reinbert de Leeuw, die een lecture-recital gaf over Liszts Via Crucis. Na een korte inleiding van algemene strekking gaf de oude maestro, die vooral als dirigent van modern repertoire naam heeft gemaakt, maar vroeger ook als pianist opzien baarde met zijn vertolkingen van de destijds nog vrijwel onbekende klaviermuziek van Satie en de late-Liszt, een verstilde uitvoering van dit meesterwerk, een interpretatie die door de prachtige toonvorming en geconcentreerde uitdrukking groot respect afdwong. Wat een dictie, wat een differentiatie van klank! Het doodstille publiek raakte geheel gevangen in de betovering van dit vergeestelijkte spel.
Het derde lecture-recital werd op woensdagavond gegeven door Yoram Ish-Hurwitz. Na een lezing over het religieuze aspect van Liszts karakter en oeuvre spitste de pianist, sinds enkele jaren bestuurslid van de Franz Liszt Kring, zijn optreden toe op het derde boek der Années de Pèlerinage. Staat in ‘Première année – Suisse’ de natuur centraal en in ‘Deuxième année – Italie’ de kunst, zo heeft het ‘Troisiène année’ de religie tot onderwerp. Yoram lichtte de meeste delen kort toe en verrukte zijn publiek met vertolkingen van verscheidene delen van de cyclus, interpretaties die zich onderscheiden door muzikaal begrip en een zeker aristocratisch-gedistingeerd cachet.
Jammer, dat er niet veel belangstelling was voor deze drie lecture-recitals, een genre dat in Nederland maar moeizaam van de grond komt. Ze vonden plaats op het met een brandscherm afgesloten podium van de Arnold Schönberg-zaal voor hooguit 40 luisteraars. Het voordeel was dan weer, dat er zonder microfoon gewerkt kon worden en je je in een salon waande, rechtstreeks in contact met de uitvoerende en de muziek.
Drie werken voor piano en orkest op één avond….
Op donderdagavond 24 november werden maar liefst drie werken voor piano en orkest van Liszt gespeeld: de beide pianoconcerten in Es en A en de Totentanz. Het Koninklijk Conservatorium Orkest opende de avond met het symfonisch gedicht Prometheus, gedirigeerd door Gregory Charette: een jeugdige, vlotte uitvoering, met mooie ‘Lisztiaanse’ koperpartijen.
Alessandro Soccorsi, een uit Italië afkomstige Master-leerling uit de klas van Naum Grubert, was vervolgens de solist in het Tweede Pianoconcert in A. Hij begon met mooi parlando-spel, zette fraai klinkende en stuwende basakkoorden neer, en voerde in het langzame deel een mooie dialoog met de eerste cellist van het orkest. De pianist luisterde goed naar het orkest, het Allegro Marziale werd prachtig gespeeld en alles viel netjes op zijn plaats. Het orkest werd gedirigeerd door de zeer ervaren Kenneth Montgomery, die overigens ook de beide andere werken voor piano en orkest zou dirigeren.
De jeugdige Amerikaanse pianist Andrew Wright, eveneens bij Naum Grubert studerend, nam de duivelsmoeilijke Totentanz voor zijn rekening. Hij deed dit met groot gemak en virtuositeit, maar nam ook tijd voor de mooie langzame en zacht te spelen momenten, die net zo goed in dit werk voorkomen. Perfect in zijn tempowisselingen, fraai in zijn dialoog met de klarinet en transparant van klank, zodat ook de polyfone trekjes van dit prachtige concertstuk goed tot hun recht kwamen, was dit een voortreffelijke uitvoering.
Stefan Petrovic speelde na de pauze het Eerste Pianoconcert in Es. Hij komt uit Servië, is eveneens een leerling van Naum Grubert en heeft reeds een indrukwekkende staat van dienst. Ook hij speelde een prachtige partij piano, gaf goed samenspel met het orkest, en speelde netjes en zeer beheerst naar het einde toe.
De avond werd besloten met het symfonisch gedicht Les Préludes, fraai uitgevoerd door het conservatoriumorkest, dat nu geleid werd door de jonge dirigent Frank Zielhorst. Met name de kopersectie blonk uit.
Het symposium
Vrijdag was er een Liszt-symposium in de Arnold Schönberg-zaal. De dag werd geopend door de pianist-organist-muziektheoreticus Bert Mooiman, die een referaat hield over Characterisations of Liszt’s harmonic language. Interessant was vooral, dat Mooiman, leraar aan het KC voor muziektheorie en piano, Liszts harmonische taal benaderde vanuit het standpunt van de improvisator en als organist in staat was bepaalde karakteristieken van Liszts stijl terug te vinden in het orgeloeuvre van Dupré en Messiaen.
Na een kort pianistisch intermezzo, waarin Tim Sabel de concertetude Waldesrauschen uitvoerde, gaf Jan Marisse Huizing een niet minder interessante lezing over Liszt as editor of Beethoven’s piano sonatas. Momenteel een boek schrijvend over de vele uitgaven die in de 19de en 20ste eeuw van Beethovens klavierwerk verschenen zijn, ging de spreker diep in op de door Liszt verzorgde Beethoven-edities van Maurice Schlesinger uit Parijs (ca. 1829-1834) en die van Holle uit Stuttgart (ca. 1860).
Klaas Trapman sprak vervolgens over Franz Liszt als vader en las gedeelten voor uit brieven, die Liszt met zijn beide dochters en zoon Daniel wisselde. Na een tweede muzikaal intermezzo, deze keer door Denise Lutgens, die de Etude d’exécution transcendante in f ten beste gaf, nam Lodewijk Muns, muziekwetenschappelijk medewerker aan het Nederlands Muziek Instituut, het woord en vertelde over de vele Liszt-schatten die in de archieven van het NMI verborgen liggen.
Na de lunch vertelde Elsbet Remijn, nog studerend aan het KC, over haar onderzoek over de relatie Liszt-Schubert en speelde heel muzikaal enkele liedbewerkingen; vooral haar voordracht van Gretchen am Spinnrade maakte indruk.
Vervolgens was het de beurt aan Albert Brussee, die de Mazeppa-muziek van Liszt in breder, algemeen cultuurhistorisch perspectief plaatste. Hij vertelde over de historische Mazeppa, over de vele gedichten, schilderijen en muziekwerken die in de 19de eeuw door dit thema geïnspireerd werden, waarna na een korte pauze de Mazeppa-muziek van Franz Liszt onder de loep werd genomen. Veel van de verschillende versies werden daarbij door (oud-) studenten van het KC ‘life’ uitgevoerd; met name de uitvoering van de derde klavierversie uit 1841, die vermoedelijk nog nooit in Nederland geklonken heeft (!), werd uitstekend vertolkt door Juan Zurutuza.
Christo Lelie sloot de rij met een interessante lezing en diapresentatie over Liszt in Nederland; de gelijknamige expositie was gedurende de hele week overigens digitaal op het KC te zien. Jammer, dat het slot van zijn lezing, die door persberichten en vermakelijke anekdotes werd verlevendigd, moest komen te vervallen aangezien aan de timing streng de hand werd gehouden. In dezelfde zaal namelijk begon om 19.30 uur de Liszt-marathon, een drie uur durend programma dat tot over elf uur ’s avonds voortduurde.
De Liszt-marathon
De Liszt-marathon, die door de 23-jarige Elsbet Remijn in onberispelijk Engels en met goed gekozen bewoordingen werd gepresenteerd, viel uiteen in een aantal blokken, die elk een bepaald aspect van het omvangrijke oeuvre van Franz Liszt belichtten. Opvallend was dat niet voor populaire ‘kaskrakers’ was gekozen. Zo klonk er bijvoorbeeld geen enkele Hongaarse Rapsodie. De marathon werd met drie koorcomposities geopend, uitgevoerd door het Groot Conservatoriumkoor o.l.v. Daniël Salbert, met achter de vleugel de pianist Wim Voogd. Achtereenvolgens klonken: O Roma Nobilis, Pater Noster en Ave Verum. Een harmonieuze opening van een lange avond!
Het tweede blok was geheel gewijd aan het monumentale Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen. Eerst klonk het eenvoudige Präludium nach J.S. Bachs Kantate, gespeeld door Claudette Verhulst. Vervolgens de Variationen über ein Motiv von J.S. Bach (het grootse variatiewerk), imposant uitgevoerd door de zeer talentvolle Eva Szalai – ook tijdens de masterclass van Igor Roma blonk zij uit – gevolgd door de orgelversie van dat werk. En opeens was het alsof in de Arnold Schönberg-zaal een monumentaal orgel stond! De frêle ogende organiste Junko Sakakibara speelde op het Grote orgel van de St. Bavokerk te Haarlem, een schitterend verfilmde beeldweergave in full colour op een groot doek en uitstekend in surround opgenomen met de modernste digitale technieken. Voor mij was dit drieluik het hoogtepunt van de avond!
Een Liszt-festival op een conservatorium zou geen festival zijn zonder de inbreng van de ‘Jong Talentklas’ van Marlies van Gent. We hoorden Selma Slagter (Etude nr. 9 uit de jeugdetudes van 1826, waaruit Ricordanza zou groeien), Tobias Wenting (nr. 4 en 5 uit de Consolations), Michelle Chow in Waldesrauschen en Sophia Thoma, Joshua Saldi en nogmaals Michelle Chow, die in wisselende bezetting delen uit de Weinachtsbaum (versie voor vier handen) voordroegen.
Het programma voor de pauze besloot met het optreden van drie zangleerlingen uit de daags daarvoor gehouden Masterclass van Roberta Alexander. Achtereenvolgens luisterden we naar Bepke Keersemaekers (sopraan) en Claudette Verhulst (piano) met Oh quand je dors; Detti Hegyi (sopraan) en Andrea Vasi (piano) in Enfant, si j'étais roi en Charlotte Munnik (sopraan) en Elsbet Remijn (piano) in Comment, disaient-ils?, drie liederen op tekst van Victor Hugo.
Na de pauze traden een keur aan leerlingen uit de Masterclass van Igor Roma aan. Andrea Vasi opende met een doorleefde uitvoering van het niet vaak gespeelde Mosonyi’s Grabgeleit. Elisabeth Crommelynck soleerde in het bekende Widmung, waarna Leo Svirsky een zeer ingetogen Isoldes Liebestod in de bekende Wagner/Liszt transcriptie liet horen. Vermeldenswaard is, dat dezelfde Leo Svirsky op 5 juni 2011 de door de Franz Liszt Kring uitgeloofde ‘Lisztprijs’ ontving voor de beste vertolking van Ständchen (Schubert/Liszt) tijdens de Finale van ‘Koffie bij de Piano’ in ’s-Hertogenbosch.
Albert Brussee gaf vervolgens een verhelderend exposé over de relatie Paganini-Liszt. In april 1832 maakte de jonge pianist voor het eerst kennis met de ‘heksenmeester’ en zijn muziek, en moet zich toen hebben voorgenomen om de ‘Paganini van de piano’ te worden. Zijn betoog werd virtuoos geïllustreerd door vioolstudent Niek Baar, die enkele Caprices van Paganini speelde, waarna de pianisten Emiel Janssen en Erwin Weerstra de bijbehorende transcriptie van Liszt uitvoerden. Interessant, dat laatstgenoemde daarnaast ook de veel onbekendere, maar niet minder fraaie transcriptie van Schumann liet horen.
De avond werd besloten met een keuze uit Liszts muziek voor kamermuziekbezetting. De bekende cellist Harro Ruijsenaars, leraar aan het KC, en oud-leerling Daniel Verhoeven, eersteprijswinnaar van het YPF Nationaal Pianoconcours, gaven prachtige vertolkingen van de Romance oubliée, de Lugubre Gondola en Alexander Petöfi (de laatste compositie in de bewerking van Harro Ruijsenaars zelf). Bij hen voegde zich de violiste Martine van Sigy Thans en samen gaven ze tot besluit een indrukwekkende uitvoering van Tristia, Liszts eigen bewerking van het klavierstuk Vallée d’Obermann uit ca. 1880, een waardige afsluiting van een lange avond, waarin op hoog niveau werd gemusiceerd.
Voor meer foto’s zie: http://nieuws.lisztkring.nl/ en dan doorscrollen naar ‘Foto's Liszt Festival KC’.
(A.B./P.v.K.)

